Het ding met vertrouwen is niet dat het zo fragiel is, maar dat, eens het gebroken is geweest, ge het niet meer zo snel zelf zult opbouwen. Ge zult de scherven niet opnemen om ze vervolgens in de juiste positie of volgorde te leggen en lijmen. Nee, ge zult ze nemen en tot iets anders vormen. Ge zult ze kneden tot een schild en ge vormt ze om tot muren, torenhoog. En in die torens plaatst ge dan wachters die u zullen waarschuwen als er iemand te dichtbij komt (en dan loopt gij weg). Of misschien plaatst ge er wel boogschutters in en schieten die naar alles wat te dicht tegen uw muren beweegt; zo jaagt ge iedereen weg. En soms is dat inclusief uzelf, want die wachters of boogschutters staan daar al zolang de wacht te houden dat ze niet meer zeker zijn wie, of welke kant, ze nu eigenlijk horen te verdedigen. En het enige wat ge op dat punt nog kunt doen is hopen dat er iemand zal langskomen die uw schild uit uw handen plukt en tegen uw wachters zegt dat ze naar huis mogen gaan; de cavalerie is gearriveerd. Iemand die de architect van uw nieuw vertrouwen is en zonder uw toestemming al aan het bouwen is, en waarvan ge ziet dat het een meester-bouwer is; ge kunt niet anders dan u daar aan over geven.